Wat is dat toch, wel obsessie voor sport maar geen oog voor kalmte!

Pieter Vermunt

Ja inderdaad, jullie volgers weten inmiddels dat ik fel kan ageren tegen vermeende ‘sportfanatics’. Mensen die beweren dat we in onze hersenen íets zien oplichten wat een relatie zou hebben met bewegen en dus verantwoordelijk is voor gezond zijn. Al meermaals heb ik deze denkfout, relatie is nog geen correlatie, aan de kaak gesteld. Echter, voor veel mensen is dit blijkbaar een heel lastig te begrijpen fenomeen. Gelukkig werd ik weer geholpen door de Volkskrant van afgelopen jaarwisseling. In de ‘Sir Edmund’ staan de 15 lessen van 2017… En jawel,  heel fijn dat mijn standpunt wordt onderbouwd (pag 7).

“WE HOEVEN NIET TE SPORTEN”. Eindelijk is ook de Gezondheidsraad overstag…  iedere week 2,5 uur actief maar het maakt niet uit hoe je daar aan komt! Het allerbelangrijkste is dat je hartslag en je ademhaling omhoog gaan! Nu, dit is een heel plezierige mededeling want ik denk dat met mij vele andere ouders een kreet van verrukking slagen.. met 2 opgroeiende pubers gaat mijn hartslag en ademhaling geregeld 3 minuten omhoog! Dus dat betekent dat ik me alleen maar druk hoef te maken over die twee fantastische puberdochters van me en dat ik blij mag zijn dat zij zoveel arousal geven.  Dit is een aloud psychologisch begrip: arousal wordt al gemunt door  Hans Selye (1936)

Als we een doel willen halen, maken we meer dopamine aan. Dat geeft een kick, een gevoel van opwinding en energie.Veel emoties in het geluksspectrum zijn hiermee verbonden: plezier, verliefdheid, opgetogenheid, enthousiasme, extase. Of het doel nu bereikt wordt of niet, de voorpret is vaak al genoeg om die emoties op te roepen. Het vooruitzicht van een mogelijke beloning zet de genotscentra in de hersenen al aan de gang, zoals bij iemand die naar de wieltjes van een fruitautomaat zit te kijken. De dopaminekick is ook verslavend. Want hoe opgetogener je bent, des te sterker ben je geneigd om nóg meer opwinding te zoeken.

Al deze emoties hebben een hoge graad van ‘arousal’ en energie. Er zijn ook prettige emoties met een lage ‘arousal’: je voelt je bijvoorbeeld tevreden, ontspannen, sereen, kalm. In Oosterse culturen worden deze emoties vaak met geluk geassocieerd. Vaak komen mensen in Azië, als je ze vraagt naar hun ideale gevoelstoestand, met dit soort woorden.Voor westerse mensen is geluk gekoppeld aan energie en intensiteit. Dit blijkt samen te hangen met de westerse neiging om de wereld te willen beïnvloeden om in de eigen behoeftes te voorzien. In oosterse culturen is het motto meer dat je je aanpast aan de wereld en niet omgekeerd, en dat je je gedrag afstemt op de behoeftes van anderen. Die aanpassingsoriëntatie gaat samen met een andere invulling van geluk, waarin berusting, acceptatie en kalmte de hoofdrol spelen. Met ons verlangen naar ‘maakbaarheid’ zouden wij daar nog veel van kunnen leren. Het is immers vaak makkelijker om je eigen houding te beïnvloeden dan de wereld om je heen.

Dus als ik deze kennis van de Gezondheidsraad en de aloude boeddhistische kennis mag combineren dan mag ik me wel 3 minuten druk maken om mijn puberdochters, maar dien ik ook te accepteren, berusten en te genieten dat ze in deze levensfase zijn…

Wens mij maar succes in 2018!!